Kasteel en bouwhoeve Borgharen - Maastricht

  • Informatie
  • Gegevens
  • Documentatie
  • Media
  • Domein
  • Wikipdia

Naam:

Borgharen

Adres:

Kasteelstraat 4a, Maastricht

Website:

http://www.kasteelborgharen.nl

Bezoek mogelijkheden:

Nee

Omschrijving:

(RCE) Schilderachtig gesitueerd tussen hoog geboomte op een bij de Maas gelegen terrein, waarvan de omgrachting door de Kanjelbeek gevoed wordt. Woonhuis half ovaal van grondplan, XIII-XVIII, geflankeerd door twee torens, XV-XIXa, en lage zijvleugels, XVII, die een cour d'honneur flankeren. Rijk interieur, voornamelijk in Lodewijk XVI-stijl. Het oude gedeelte van de hoeve, XVII, ligt om een naar het kasteel open ruimte. Het middengedeelte is tengevolge van instorting verdwenen. Ten oosten van de hoeve een bakstenen tuinmuur, in de as van het kasteel onderbroken door een ingang met smeedijzeren deuren. Op het binnen de omgrachting gelegen achterterrein een engelse tuin; omgeven door een bakstenen muur, aan de westkant voorzien van een ingang, 1790.

Bouwtype:

Kasteel en bouwhoeve

Typologie:

Polygonale burcht, woontoren

Huidig gebruik:

Woning

Adres:

Kasteelstraat 4a

Plaats:

Maastricht

Gemeente:

Maastricht

Rijksmonument:

28050

Omvang monument:

Kasteel en hoeve

Documentatie:

  • Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Dossier De Bongart, Zeist, Documentatie historische buitenplaatsen.

Literatuur:

  • Anoniem, 'Restauratie-nieuws' in: Nieuws-bulletin van de Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond (KNOB), 1952 p. 39.
  • Bauer, T., 'Een kasteel - Borgharen? - ingekrast in Mergel' in: Jaarboek Monumentenzorg, 1996, p. 58-64.
  • Borchgrave d'Altena, J. de, Décors anciens d'intérieurs mosans, 4 delen, Liege, 1930, deel 2, p. 191.
  • Corten, A., 'Kasteel Borgharen' in: Limburgs Landschap, 6(1979)22 en 23, p 24-27 en 25-28.
  • Crassier, Louis baron de, Dictionnaire historique du Limbourg néerlandais de la période féodale à nos jours, Maastricht, Van Aelst, opnieuw gepagineerde overdruk uit Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg 1930-1937, p. 49.
  • Dingemans, P.A.W. i.s.m. W. van Mulken en J.Th.H. de Win, Inventaris van de archieven der gemeente Borgharen, Maastricht, Inspectie der Gemeente- en Waterschapsarchieven in Limburg, 1965, 95 p.
  • Hupperetz, W., B. Olde Meierink en R. Rommes (red.), Kastelen in Limburg. Burchten en landhuizen (1000-1800), Utrecht, Matrijs, 2006, pp. 374-351.
  • Habets, Jos., De voormalige Heerlijkheid Borgharen: eene bijdrage tot de geschiedenis van het Land van Valkenburg, Roermond, J.J. Romen, 1872, 159 p. (Ook in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Duché de Limbourg, 10(1873), p. 391-549.)
  • Heijnens, J.M., 'De aloude, nog steeds fiere burcht van Borgharen' in: De Nedermaas, 6(1928 / 29)11, p. 127-130.
  • Hupperetz, W., 'Keukengerei, tafelservies en voedselvoorraad op kastelen. Boedelllijsten van kastelen in Limburg, Brabant en Gelderland in de 15de en 16de eeuw' in: Hupperetz, W. & J.M. van Winter (red.), Dagelijks leven op Limburgse kastelen (1350-1600). Voeding en voedselbereiding, Bijdragen n.a.v. een studiedag in het Limburgs Museum te Venlo 10 maart 1995, Venlo, 1995, p. 119-130.
  • Huygen, C.A., Borgharen van burchttoren tot woonkasteel, Maastricht (Gulden reeks van Limburgse monumenten 1), 1955, 16 p.
  • Huygen, C.A., 'Herziening bouwgeschiedenis kasteel Borgharen' in: De Bronk, 2(1954 / 55)8, p. 243-245.
  • Janssen de Limpens, K.J.Th., Leen- en laatbanken in de Maaslandse Territoria vóór 1795, (Werken uitgegeven door Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap, nr. 6) Maastricht, 1974, p. 49 en 53 (nrs. 178 en 195).
  • Kransberg, D. en H. Mils, Kastelengids van Nederland; Middeleeuwen, Haarlem, 1979, p. 212-213.
  • Krüll, W.J., Bibliografie van de geschiedenis van de Zuid-Limburgse kastelen en landhuizen, Heerlen, 1982, nummer 45.
  • Linssen, D., H. Rottier en H. Salden, Limburgse kastelen in vogelvlucht, z.p. (Heerlen / Genk), 1980, p. 24-25.
  • Marres, W. en J.J.F.W. van Agt, Zuid-Limburg, uitgezonderd Maastricht, Den Haag, staatsdrukkerij, Deel V (provincie Limburg), derde stuk in De Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst, 1962, p. 72.
  • Moes, E.W. & K. Sluyterman, Nederlandsche Kastelen en Hun Historie, 3 delen, Amsterdam, Elsevier, 1912-1913, deel I, p. 287-310.
  • Nispen tot Sevenaer, jhr. E.O.M. van, 'Suggestieve onvolledigheid bij onze kroniekschrijvers' in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg, 85(1949), p. 459-464.
  • Oirschot, A. van, 'Vrees voor kasteel Borgharen werd geen werkelijkheid' in: Monumenten, (1980)4, p. 39.
  • De Provincie Limburg (2 delen), Deel VII in Voorlopige Lijst der Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst, Den Haag, 1926, p. 38-39.
  • Renaud, J.G.N., 'Middeleeuwse kastelen in Limburg' in: Bulletin Koninklijke Nederlandse Oudheidkundige Bond, 6de serie, 14(1961), p. 109-140.
  • Reyen, P.E. van, Middeleeuwse kastelen in Nederland, Bussum, Fibulareeks 9, uitgever C.A.J. van dishoeck, 1965.
  • Schulte-van Wersch, C.J.M., 'Het stucwerk van Petrus Nicolaas Ganini en het huis Eyll te Heer-Maastricht' in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg, 116 / 117(1980-1981), p. 285-350.
  • Timmers, J.J.M., 'De laatste bouwphase van het kasteel Borgharen' in: Publications de la Société Historique et Archéologique dans le Limbourg, 85(1949), p. 645-656.
  • Timmers, J.J.M., 'Een 'galerij' op het kasteel Borgharen in 1653' in: De Maasgouw, 70(1951), p. 16.
  • Timmers, J.J.M., Kasteel Borgharen, z.p. (Maastricht / typeschrift / kopieën), 1968, 7 p.
  • Waltmans, H.J.G., Europa Huis Kasteel Borgharen, Valkenburg (Overdruk uit: De Bronk, aug. 1963), 1963, 8 p.
  • Werumeus Buning, J.W.F., 'Geraamte in het kasteel (Borgharen)' in: Elsevier, (1955)21, p. 17 en 19.
  • Venne, J.M. van de, 'Bijdrage tot de geschiedenis der voormalige heren van Borgharen' in: De Maasgouw, 68(1949), p. 43-48.
U kunt foto's van dit monument toevoegen op Wikimedia Commons o.v.v. rijksmonumentnr. 28050

Kasteel Borgharen is een van oorsprong middeleeuws kasteel gelegen aan de rivier de Maas in het dorp Borgharen ten noorden van Maastricht. Het kasteel, de kasteelhoeve, de pachthoeve en de tuinen, inclusief diverse poorten, hekken, kademuren en bruggen, vormen een cluster van rijksmonumenten. Het kasteel maakt deel uit van het Buitengoed Geul & Maas.

Naamgeving

De naam van het kasteel is verbonden met de familienaam Van Haren, de bouwers van de voorloper van het huidige kasteel. Het kasteel is in vroeger tijden ook bekend geweest onder de naam Ophaeren (vergelijk: Neerharen). Het dorp Borgharen ("burcht Haren") is naar het kasteel genoemd.

Geschiedenis

De familie Van Haren had een hoog aanzien in de streek rondom Maastricht. In 1202 wordt het kasteel in een regest van het klooster Sint-Gerlach te Houthem vermeld. Het regest betrof Hendrik van Wassenberg (zoon van Hendrik III van Limburg) en diens zonen Goswinus van Haesdal en Adam van Haeren. Deze Adam van Haeren (ca. 1174-1244) was heer van Borgharen, voogd van Maastricht (genoemd in 1231) en voogd van de proosdij van Meerssen. Het verworven voogdijschap over Maastricht (vanaf 1194?) kan verklaard worden uit het feit dat hij gehuwd was met de dochter van de vorige voogd van Maastricht, Gerard van Loon (1175-1194). In 1271 wordt Ogier I van Haren genoemd als voogd van Maastricht. Het is niet duidelijk of er een connectie is met de Akense burgemeestersfamilie Van Haren (15e-16e eeuw).

Bewoning vanaf de 14e eeuw

Nadat de Maastrichtenaren bij de bisschoppen van Luik hadden geklaagd over de tol op de Maas, greep Adolf van der Mark in en stuurde in 1318 zijn leger op strafexpeditie naar Borgharen om een einde te maken aan de tolheffing en de vermeende beroving van handelaren. Het kasteel werd verwoest en in brand gestoken. Volgens een overlevering wist een van de bedienden daarbij te ontkomen door de belegeraars ervan te overtuigen dat hij in opdracht van de prins-bisschop diens matras uit het kasteel moest weghalen. In de 14e eeuw kwam tevens een einde aan de onafhankelijkheid van het Land van Valkenburg en werden de hertogen van Brabant de nieuwe eigenaren van Borgharen. Deze gaven het kasteel opnieuw in leen aan de familie Van Haeren nadat deze weer in genade waren aangenomen.

De naam van de ridders van Haeren bleef verbonden aan Borgharen totdat een vrouwelijke erfgename huwde met ene Arnold van Hamal van Elderen, die in 1456 werd begraven in de Sint-Stefanuskerk te 's Herenelderen. Deze Arnold was bevriend met de hertog van Brabant en op zijn inspraak werd het riddergoed verheven tot een heerlijkheid. In 1483 werd het kasteel opnieuw verwoest.

Door vererving kwam het kasteel in de 16e eeuw in bezit van de gereformeerde edelman Herman Scheiffart van Merode (zie Huis Merode). In de 17e eeuw kwamen er ook weer nieuwe bewoners. De eerste was Philibert d'Isendoorn à Blois , die het kasteel in 1647 kocht van de militair Albert van Merode. Philibert overleed in 1667 en ligt met een aantal andere familieleden begraven in de grafkelder van Kasteel Borgharen. In de brug van het kasteel is een steen ingemetseld met daarop het alliantiewapen van de families d'Isendoorn à Blois en De Agris. Omdat de bewoners van het kasteel tot 1680 protestants waren, konden de katholieke inwoners geen gebruik meer maken van de parochiekerk. Pas in 1680 werd het simultaneum ingevoerd, zoals overal elders in Staats-Valkenburg.

De volgende bewoners waren de familie Van der Heyden à Blisia (1680-1732), de familie De Rosen (tot 1885), De Brigode de Kemlandt (tot 1935), De Selys Longchamps (tot 1944) en vervolgens weer De Rosen de Borgharen (door huwelijk met een dochter van Eusébie barones de Selys Longchamps née de Brigode de Kemlandt).

Na de Tweede Wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog was het kasteel eigendom van Simone barones de Moffarts-barones de Rosen de Borgharen (1905-1983), dochter van Jeanne barones de Rosen de Borgharen-barones de Selys Longchamps (1881-1944). Zij verhuurde een aantal appartementen in het kasteel, onder anderen van 1946-49 aan de kunsthistoricus Joseph Timmers, die conservator was geworden van het Provinciaal Museum van Oudheden, vanaf 1948 tevens hoogleraar aan de Jan van Eyck Academie. In 1953 werd het kasteel eigendom van de Amsterdamse hoteleigenaar De Cocq. In 1966 vond er een bijeenkomst ("concilie") plaats van de Amsterdamse provobeweging.

Kasteel Borgharen kwam in 1975 in bezit van het echtpaar Veenhuizen. In 1985 werd de spits van de rechter hoektoren vernield door blikseminslag. In dat zelfde jaar zijn ook de schilderingen op doek van Pierre-Michel de Lovinfosse in de grote salon verkocht. Vanaf 2005 was het kasteel grotendeels onbewoond waardoor het verval snel toesloeg en de tuin tot een ondoordringbare wildernis werd. Een deel van de inboedel, waaronder het meubilair en de wandschilderingen in de chambre romaine, werden in deze periode verkocht. De schedels van de familie d'Isendoorn à Blois uit de grafkelder werden op Ebay geveild. De schedels, die bij een verzamelaar in Zwitserland waren terechtgekomen, zijn door de huidige eigenaar teruggekeerd op Kasteel Borgharen.

In 2003 kocht de Borgharenaar Ronny Bessems de naastgelegen kasteelhoeve. De gemeente Maastricht beloonde in 2009 de restauratie van de hoeve met de Victor de Stuersprijs. De kasteelhoeve is in gebruik als bed and breakfast. Sinds 2014 is Bessems met zijn partner ook eigenaar van het kasteel, dat ze over een periode van 15 tot 20 jaar willen restaureren, gesteund door een grote groep vrijwilligers die werkt onder de stichting Behoud Kasteel Borgharen. In 2018 ontving Bessems hiervoor de inspiratieprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds Limburg.

Beschrijving

Exterieur

Het huidige kasteel is een geheel omgracht complex met als middenvleugel een 17e-eeuws halfrond hoofdgebouw in barokke stijl, geflankeerd door twee vierkante torens. Op elk van deze torens sluit een lange zijgevel aan, gebruikt als dienstvleugel. De basis van het hoofdgebouw is een 12e-eeuwse vierkante woontoren met een in de 13e eeuw toegevoegde schildmuur. De onderbouw, kelders en de half ronde ringmuur gemaakt uit breuksteen zijn als restanten nog duidelijk herkenbaar in het huidige kasteel. Het hoofdgebouw kreeg in 1785 een met een mergelbekleding uitgevoerd classicistisch uiterlijk en werd voorzien van een hardstenen bordes met dubbele trap. In het balkonhek zijn de wapens van de families De Rosen en Van Buel verwerkt. De zware paviljoentorens en de lagere dienstvleugels zijn in Maaslandse renaissancestijl opgetrokken.

Interieur

Een aantal kamers zijn in Lodewijk XVI-stijl ingericht; de ovale Blauwe Kamer, de Roze Kamer als eetzaal, een Chinese kamer met schilderingen, een Chambre Romaine met pseudo-Pompeiaanse schilderingen en de grote salon met schilderingen van Pierre-Michel de Lovinfosse. Het sierstucwerk in de Chambre Romaine is waarschijnlijk van de hand van Petrus Nicolaas Gagini, die evenals de meubelmaker Joachim Kessels samenwerkte met de Maastrichtse architect Mathias Soiron. Verder is er een neogotisch ingerichte archiefkamer en een balustertrap in Lodewijk XV-stijl in de hal.

Poorten, bruggen en tuinen

De hoofdtoegang tot het kasteel wordt gevormd door een neogotisch poortgebouw met een ronde traptoren en een helmdak, ontworpen door Pierre Cuypers. Rond het kasteel ligt een tuin in Engelse landschapsstijl, aangelegd in 1790. De brede gracht wordt gevoed door de Kanjelbeek.

Kasteelhoeve en pachthoeve

Bij het kasteel ligt een kasteelhoeve uit de late 17e eeuw en een pachthoeve, die beide in de afgelopen jaren gerestaureerd zijn. Vooral het vrijstaande complex met de voormalige varkensstallen oogt monumentaal.

Externe link

  • Kasteel Borgharen op wigosite.nl

Literatuur

  • E.W. Moes en K. Sluyterman, Nederlandsche kasteelen en hun historie. Eerste deel. Amsterdam, 1912, pp. 287-310.
  • Kastelen in Limburg. Burchten en landhuizen 1000-1800. Utrecht, 2005, pp. 347-351.
  • Taco Hermans, Woontorens in Nederland. Bouwhistorische gids voor middeleeuwse woontorens. Wijk bij Duurstede, 2015, pp. 56-59.

Ga naar Wikipedia.

Borgharen droeg oorspronkelijk de naam Haren. Pas na de Middeleeuwen werd het achtereenvolgens Opharen en Borgharen genoemd, evenals het gelijknamige, direct ten zuiden van het kasteel gelegen dorp. Het kasteel staat op de rechteroever van de Maas. De grachten worden gevoed door de Kanjelbeek die ten westen van het kasteel in de Maas uitmondt.

Het hoofdgebouw en de zijvleugels omgeven drie zijden van een vierkante binnenplaats. Het terrein rond het kasteel wordt omgeven door een trapeziumvormige gracht. Buiten de omgrachting bevindt zich de langgerekte voorhof die door twee u-vormige bijgebouwen wordt omgeven. Het hoofdgebouw heeft een half ovale plattegrond, met aan weerszijden rechthoekige torens die aan de oostzijde elk aan een langgerekte zijvleugel grenzen.

Rond het kasteel, in het bijzonder aan de zuidzijde, werd in de negentiende eeuw een eenvoudige landschappelijke tuin aangelegd.

Context:

Gelegen op de rechteroever van de Maas, aan de monding van de Kanjelbeek