Visie erfgoed en ruimte, concept-structuurvisie infrastructuur en ruimte
1 juli 2011
De in gang gezette modernisering van de monumentenzorg (MoMo) wordt door het huidige kabinet voortgezet.
Een van de doelen van MoMo is het meewegen van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening ten bate van een ontwikkelingsgerichte erfgoedzorg (naast het sectorale instrumentarium).
Hoe wordt dit gerealiseerd?
- Aanpassing Besluit Ruimtelijke Ordening (Bro), artikel 3.1.6, per 1 januari 2012 waardoor bij besluiten over nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bijzondere aandacht wordt besteed aan de waarden van cultureel erfgoed onder en boven de grond;
- Duidelijker prioritering van de Rijksoverheid:
a. generiek: welke cultuurhistorische gebieden en opgaven zijn van (inter)nationaal belang?
b. specifiek: waar ziet het Rijk voor zichzelf een rol in het gebiedsgerichte erfgoedmanagement.
De Visie Erfgoed en Ruimte getiteld ‘Kiezen voor Karakter’ geeft invulling aan deze specifieke lijn. De rijksoverheid kiest voor vijf prioriteiten in het nationale gebiedsgerichte erfgoedbeleid, te weten:
1. Werelderfgoed: samenhang borgen, uitstraling vergroten;
2. Eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren;
3. Herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: focus op groei en krimp;
4. Levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie en ecologie;
5. Wederopbouw: tonen van een tijdperk.
De beleidsvisie Erfgoed en Ruimte is complementair aan de (ontwerp)-Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.
a. De nationale belangen met betrekking tot cultureel erfgoed worden opnieuw gedefinieerd binnen de ruimtelijke ordening, zodat andere overheden deze belangen al in een vroeg stadium kunnen betrekken bij de ontwikkeling van hun ruimtelijk beleid en ruimtelijke plannen;
b. Er worden keuzes gemaakt ten aanzien van de rijksrol in de gebiedsgerichte zorg voor het erfgoed en de taakverdeling tussen overheden;
c. Er wordt een duidelijke invulling gegeven aan de verantwoordelijkheden die het Werelderfgoedverdrag met zich meebrengt.
d. De borging van 30 cultuurhistorisch waardevolle gebieden uit de periode 1940-1965 via afspraken met gemeenten over ontwikkeling en planologische bescherming van deze gebieden. Er is geen sprake meer van het de inzet van het instrument beschermd stads- en dorpsgezicht. De eerder aangewezen gezichten blijven onverminderd beschermd krachtens de Monumentenwet.
Meer weten? Gebruik onderstaande link!