Limburgse Kastelen

Terugblik op Kastelenexcursie 2009

19 september 2009

Op zaterdag 19 september 2009 heeft de Stichting Limburgse Kastelen opnieuw de jaarlijkse kastelenexcursie georganiseerd.

Op zaterdag 19 september 2009 heeft de Stichting Limburgse Kastelen opnieuw de jaarlijkse kastelenexcursie georganiseerd.

Programma Kastelendag 2009
10.04 uur Aankomst Intercity in Maastricht.
10.15 uur Vertrek per bus vanaf Stationsplein Maastricht naar Chateau Neercanne.
10.30 uur Aankomst Chateau Neercanne in Maastricht voor ontvangst met koffie/thee en vlaai.
11.30 uur Vertrek naar Wallonië.
12.30 uur Aankomst bij Kasteel van Jehay in het Belgische Amay. U wordt rondgeleid door een gids.
14.00 uur Lunch in Le Grill-on–Vert.
15.30 uur Vertrek naar Modave.
16.15 uur Aankomst in het Belgische Modave. Hier kunt u de tuin en een deel van het interieur van kasteel Modave onder leiding van een gids bezichtigen.
17.30 uur Vertrek naar station Maastricht.


KASTELENDAG 19 SEPTEMBER 2009 CHATEAU NEERCANNE, KASTEEL VAN JEHAY, KASTEEL MODAVE

Voorwoord door de voorzitter: Stichting Limburgse Kastelen overschrijdt grenzen

Onze jaarlijkse excursie gaat naar België, preciezer naar Wallonië. Kastelen heten daar chateaux. Dat klinkt net even chiquer. En daar houden ze wel van in de buurt van Maastricht. Wie daar naar kasteel Neercanne vraagt, ontmoet verbaasde blikken. Chateau (!) Neercanne weet men daarentegen wèl te liggen. Vlak aan de grens met België, met uitzicht op de Jeker en niet al te ver van de Maas. Mede dankzij de onvermoeibare inzet van kasteelfreak Camille Oostwegel en veel geld van allerlei overheden is er in de loop van de jaren een fantastische historische biotoop in volle luister hersteld. Want niet alleen het kasteel ligt er prachtig bij, maar ook de hellingmuren, terrassen, tuinen en de vijver zijn (of worden) gerestaureerd. Ook de aanpalende grotten zijn in het geheel betrokken. Chateau Neercanne is daardoor niet alleen de basis geworden voor succesvolle hotellerie, feestelijke partijen en culinaire hoogstandjes, maar ook een levende parel in het bestand van Limburgse kastelen. Pardon chateaux! Het is dan ook gepast dat we in deze ambiance ons uitstapje over de grens van start laten gaan.

Maar niet alleen de regionale francofonie legt verbindingen over de grens. Chateau’s plegen om strategische en handelsoverwegingen nog al eens langs rivieren te liggen en die trekken zich niets aan van ‘toevallige’ staatsgrenzen. Wie de loop van de Maas volgt vanaf Noord-Frankrijk tot voorbij Limburg ontmoet op kortere of wat verdere afstand vele kastelen. Kastelen die door meer met elkaar verbonden zijn (of waren) dan alleen het voorbij stromende water. Er waren ook familiebanden. Menige trouwlustige edelman stapte na een speurtochtje langs de rivier met een schone dame van een eindje verderop in het huwelijksbootje. Het is dan ook geen toeval, dat onlangs in kasteel Hoensbroek door Pons Mosae Editions een nieuwe serie boeken is gepresenteerd onder de titel ‘Adel aan Maas, Roer en Geul’. Ons bestuurslid dr. Joop de Jong hield er de inleiding en kan u er uiteraard meer over vertellen. Wie meer wil weten over kastelen langs de Maas kan terecht op een prachtige website, die is ingesteld door de provincies Luik, Namen, Belgisch Limburg en Nederlands Limburg (www.chateauxdelameuse.be). Er worden 82 (!) kastelen/chateaux beschreven, die de Maas als een kralenketting omzomen. Drie daarvan gaan we vandaag bezoeken. Het al eerder genoemde Neercanne, Modave en Chateau Jehay in Amay. Amai, dat zal een plezante dag worden, zullen onze Vlaamse vrienden zeggen.

De Stichting Limburgse Kastelen overschrijdt ook beleidsmatig grenzen. Richtte de aandacht zich aanvankelijk hoofdzakelijk op de kastelen als gebouw, de laatste tijd zijn we zowel naar buiten als naar binnen getreden. Via het project Kasteeldomeinen hebben we via een aantal concrete situaties kastelen laten bestuderen in hun ruimtelijke context. Onder leiding van een enthousiaste werkgroep zijn architecten aan de slag gegaan om ideeën te ontwikkelen over herstel en bescherming van de soms verslonsde of bedreigde landschappelijke omgeving van kastelen. Er wordt nagedacht over het in boekvorm uitbrengen van de resultaten. Maar we gaan ook naar binnen. Voorzien is dat nog dit najaar het project Kasteelinterieurs van start gaat. Daarbij staat het belang van aankleding en meubilair van kastelen voorop.

Rest mij nog allen te bedanken, die aan de voorbereiding van deze Kastelendag hebben bijgedragen, én u als medereizigers ‘une journée agreable et instructive’ toe te wensen.

Ger Kockelkorn
Voorzitter van de Stichting Limburgse Kastelen

CHATEAU NEERCANNE : Tuinterrassen waarvoor zelfs de tsaar bewondering had

Voor het de naam Neercanne aannam, was het kasteel genoemd naar de familie Agimont, die er in de middeleeuwen eigenaar van was. In de 14e eeuw was de kasteelheer ridder Bertrand de Liers, zoon van de Heer van Eben-Emael en van de dochter van Jean d’Orey, burgemeester van Luik.
In 1697 kocht een zekere Daniel Wolf van Dopff het adellijke kasteel Neercanne van Guillaume Philippe de Wansoule. Oude documenten bevestigen dat hij 10.000 florijnen betaalde voor het kasteel, 2.125 florijnen voor de weiden en de bossen en meer dan 50 dukaten… voor een paar handschoenen!
Daniel Wolf van Dopff werd in 1650 geboren in Hanau (Duitsland). Hij was een der trouwste volgelingen van de Oostenrijkse keizer Leopold I.
Hij werd in 1694 commandant van de versterkte stad Maastricht en kocht drie jaar later het kasteel Neercanne.
In mei 1713 werd Dopff benoemd tot gouverneur van Maastricht. Hij liet een nieuw kasteel bouwen op de fundamenten van het oude gebouw.
Het kasteel ligt tegen een heuvel aan, de Cannerberg. Het is met mergelblokken opgetrokken in een klassieke stijl. Een deel van de heuvel is dooraderd met 250 km onderaardse gangen en galerijen die naar de twee kanten van de grens leiden. In de immense kelders van het kasteel kan men bij kaarslicht van de wijn proeven (Neercanne heeft een eigen wijngaard), die in honderden flessen ligt te rijpen in nissen die uitgehakt zijn in de mergel. Op de mergelwanden staan handtekeningen van bezoekers, waaronder ook een aantal beroemde personen.
In de 18e eeuw liet Dopff vier tuinen aanleggen, die zich op drie niveaus uitstrekken tot aan de Jeker, een zijrivier van de Maas.
Hoewel ze nu niet meer vergeleken worden met de tuinen van Babylon, zoals in de18e eeuw, zijn de terras tuinen van Neercanne toch een lust voor het oog. Halverwege 1997 werd de derde tuin volledig opnieuw aangelegd en daarvoor inspireerde men zich op een zeer oude gravure die een baroktuin toonde. Het oudste gedeelte van het kasteel bevindt zich op het binnenplein. Het is een kapel die zou dateren uit 1500. Tegenwoordig is het een bistro.

Daniel Wolf van Dopff had zijn kasteel ingericht om grootse feesten en recepties te houden. Het meest opmerkelijke evenement werd georganiseerd ter ere van de Russische tsaar Peter de Grote, in 1717. De vorst was naar Maastricht gekomen na een verblijf in Spa. Samen met baron van Dopff bezocht hij de vestingen van de stad. ’s Avonds werd een banket gegeven op het stadhuis. De volgende dag was er een groot spektakel op de Maas en diezelfde avond een diner op Neercanne, waar Peter de Grote per boot arriveerde. Hij bezocht het kasteel en had vooral veel bewondering voor de terrastuinen.
In 1792 kwam het kasteel in handen van baron de Thiers. Hij werd geboren in Luik, maar toonde zich toch een fervente aanhanger van Willem van Oranje.
Toen men in 1839 de grens tussen het onafhankelijke België en Nederland wilde aanpassen, zorgde baron de Thiers ervoor dat Neercanne Nederlands grondgebied bleef. Speciaal daarvoor maakte de grenslijn hier een lus.
De afstammelingen van baron de Thiers verkochten Neercanne aan de familie Poswick. Tijdens de Tweede Wereldoorlog had het domein veel van zijn glorie verloren door de Amerikaanse bezetting. Freule Poswick verkocht in 1948 het domein aan de ‘Stichting Limburgs Landschap’. Van 1955 tot 1984 exploiteerde de Brand Bierbrouwerij het Kasteel als luxe restaurant. In 1984 namde heer Camille Oostwegel de exploitatie over. Grote renovaties en reparaties aan de gebouwen en de aanleg van de tuinen hebben Neercanne opnieuw zijn vroegere glorie bezorgd. Het is het enige kasteel uit de 16e eeuwmet terrastuinen in de Benelux. Grote persoonlijkheden uit de hele wereld hebben elkaar hier ontmoet. Tijdens de Europese top van Maastricht heeft koningin Beatrix een feestelijke lunch aangeboden aan de staatshoofden en regeringsleiders.

Château Neercanne
Cannerweg 800 , 6213 ND Maastricht
Tel: +31 (0)43 325 13 59 - Fax: +31 (0)43 321 34 06
info@neercanne.com - www.chateauhotels.nl
Het kasteel is toegankelijk als restaurant en bekroond met een Michelinster.
De tuinen kunnen bezocht worden.
Tijdens de zomer zijn er tentoonstellingen in de tuin.

JEHAY: Het kasteel met het dambordpatroon
Op het zacht hellende platteland van de Haspengouw, iets dichter bij Huy dan bij Luik, bevindt zich een van de mooiste en misschien wel het vreemdste kasteel van het hele Maasland. Al eeuwenlang weerspiegelt het water van de brede slotgrachten muren met een dambordpatroon, waarin het wit van de natuursteen wordt afgewisseld met het bruin van de zandsteen. Het eigenaardige patroon is geen fantasie, maar een hulpmiddel voor de verdediging. De grote blokken natuursteen tussen de zandsteen moesten beletten dat een belegeraar met zijn kanonnen een grote bres kon schieten in de muren. Enkel de delen in zandsteen konden beschadigd worden, de dikke natuursteen weerstond perfect aan artilleriegeweld. De grachten omringen een complex dat uit drie delen bestaat: het woongedeelte, een aantal grote bijgebouwen en een kasteelkapel. Het geheel staat met bruggetjes met elkaar in verbinding.
Het oorspronkelijke 12e eeuwse kasteel is in de 15e eeuw herbouwd. Vanaf de 16e eeuw volgden nog meer verbouwingen, die het kasteel zijn huidig uiterlijk hebben gegeven. In de 17de eeuw werd het kasteel eigendom van de familie van den Steen, en dat bleef zo tot in 1978. De laatste eigenaar, Guy van den Steen (die overleed in 1999) verkocht het toen op lijfrente aan de Provincie Luik. Daar zit een zekere continuïteit in, want het was een Charles van den Steen die de derde gouverneur werd van de provincie Luik en die op 6 oktober 1836 de eerste provincieraad oprichtte.
Guy van den Steen, de laatste kasteelheer van Jehay, toonde zich een veelzijdig man. Hij was schilder, beeldhouwer, alpinist, skiër, uitvinder, speleoloog en archeoloog. Opgravingen onder het kasteel hebben meer dan 40.000 jaar menselijke aanwezigheid aangetoond.
De collecties op de gelijkvloerse verdieping zijn uitzonderlijk. De kunstvoorwerpen staan verspreid over verschillende plaatsen: van de ruime en zeer heldere hal tot de grote salon met zijn mooie klavecimbel uit de 18e eeuw en de rookkamer waar men een prachtige verzameling zilverwerk aantreft. Of in de kleine eetzaal waar zich een fraai eiken sculptuur bevindt van Guy van den Steen, dat Ophelia voorstelt. Een ander werk van de kasteelheer is de bronzen Pythagoras. Al even opmerkelijk is de klok van de hand van de Luikse klokkenmaker Hubert Sarton. Op de lange tafel van de grote eetzaal prijkt een grote kandelaar met 11 kaarsen, ook al een werk van de kasteelheer. In een aangrenzend kamertje bevindt zich de porseleinverzameling. Maar het is ongetwijfeld de bibliotheek die de beste weerspiegeling geeft het leven van Guy van den Steen, want hij was een fervent lezer. Tijdens het bezoek aan Jehay ontdekt men nog werken van Lambert Lombard, waaronder een niet-getekend zelfportret en een schilderijtje, zonder al te veel waarde maar ontroerend, dat een voormalige kasteelvrouwe schilderde met het haar van een van haar kleindochters. Bezienswaardig zijn ook de handgetekende kaarten van generaal John Churchill, hertog van Marlborough en een serie mooie en sensuele vrouwenbeelden die de kasteelheer maakte. Men vindt ze in de aantrekkelijke tuinen, die ook al door hem werden ontworpen. De kelderverdieping herbergt een befaamde archeologische verzameling met meer dan 200.000 voorwerpen. Ze worden momenteel gerangschikt.
Toegang tot het kasteel is via een poortgebouw versierd met mooie gedraaid houte consoles en bekroond door een bolvormige achthoekig ornament Het werd gebouwd in de zeventiende eeuw door de vrouw van Jean de Merode, Marie-Constance d'Aspremont. Het portaal is meer recent.
Het hoofdgebouw, het oosten, ligt op de onderbouw van een middeleeuws versterkt huis. Alleen de externe gevels en cilindervormige torens zijn bekleed met het dambord patroon. De oorspronkelijke ingang is verdwenen en werd vervangen door een ijzeren hek. In de schaduw van het kasteel ligt de kapel van Saint-Lambert, deze is omgeven door de resten van een begraafplaats. In de zuidelijke gebied zijn de tuinen. Ze werden opnieuw ontworpen door Graaf Guy van den Steen en worden gekenmerkt door grote bomen, trappen, sculpturale ornamenten en Italiaanse fonteinen.
De grote eetkamer heeft handgemaakte meubelen uit de Renaissance en de gotiek.
In het midden, een monumentale tafel gemaakt door graaf Guy van den Steen en de kandelaar met elf kaarsen.
Op een muur een tapijt uit het Brussel van de zestiende eeuw Brussel.
Boven de schouw hangt een kruisbeeld en twee engelen toegeschreven aan Jean Delcour (1627-1707). Kunstenaar Luik, Jean Delcour verbleef in Italië, waar hij werd beïnvloed door Bernini (1598-1680). Zijn werken zijn meestal religieus van aard.
Grenzend aan de eetkamer, een ronde toren, hier wordt het Engelse porselein Engels bewaard, evenals porselein uit Limoges, Brussel, Saksen, China en Delft.
De kleine eetzaal. Plafond kristallen kroonluchter van XVIIIth eeuw, werken Luik. Op de Louis XIV schouw staat een klok notenhouten Queen Anne (XVIIIth eeuw). Een van de vele portretten zijn van de hand van schilder Pieter Engels Lely (1618-1680). Hij werd in 1661 de schilder van Karel III.
Vloer dateert uit de zestiende eeuw.
De bibliotheek herbergt boeken uit alle tijden.
Even indrukwekkend is de open haard gemaakt van smeedijzer door graaf Guy van den Steen. Op de schoorsteenmantel Japanse zwaarden en dolken.
Twee vazen van Chinees porselein. Boven de bibliotheek hangt een schilderij toegeschreven aan Luca Giordano (1634-1705) "De Maagd en het Kind".
Op de muur tegenover de open haard, een tapijt van XVII eeuw. Het werd gemaakt na een cartoon van David Teniers (1610-1690), de meest beroemde Vlaamse schilder van geslacht, XVII eeuw. In zijn werken zijn de activiteiten, festiviteiten en genoegens van het plattelandsleven weergegeven.
In de rookkamer komt het meeste zilverwerk voor. Deze unieke collectie omvat werken als een verguld zilveren kelk van de regering van Jozef Clemens van Beieren (1694-1723), een zilveren koffiepot, Punch Ath (1784), een cabaret ovaal zilver, toen Louis XVI (1780), een zilveren koffiepot, Punch Namen, Louis XV periode, een zilveren koffiepot, Punch Straatsburg (1757).
Aan de muur, Vlaamse wandtapijten uit de zeventiende eeuw.Verder een collectie munten in goud, zilver en brons uit de vierde eeuw tot 1906. Andere verschillende kleinezaken zoals parfumhouder, een snuifdoos, collectie van horloges: Louis XIV, Louis XVI, Empire.
Voorafgaand aan de ingang van de kleine eetzaal, een portret toegeschreven aan Velvet Breughel (1568-1625).
De grote hal wordt verlicht door grote ramen versierd met twee ramen van de kapel van Diamond (Bastogne) Jehay Bodegnee.
Rechtsonder, een hoog-reliëf "Marsyas en nimfen" gebeeldhouwd door graaf Guy van den Steen. Langs de muren, smeedijzeren kisten van de zeventiende eeuw en vele bronzen werken van Graaf Guy van den Steen. Collectie omvat bruiloft kanten sluier, kant van de oude hertogin van Marlborough (1678).
De grote woonkamer. Een tapijt van Aubusson. Aan beide zijden van de ramen, zijden gordijnen, hand geschilderd, antiek Queen Anne (1720).
In het midden van de kamer, mooie clavecimbel van 1780 uitgevoerd door Julius Tornac Delin.
Langs de ramen, drie kleine houten meubels fineer, die ons herinneren van de zachte en elegante lijnen van de Louis XV periode.
Grenzend aan de woonkamer, herbergt een hoektoren een collectie porselein: de achttiende eeuwse Duitse porseleinen kroonluchter en Dresden en Chinees porselein.
Toegang tot de kleine zaal d.m.v. een elegante smeedijzeren hek, een werk van Graaf Guy van den Steen. In het midden, van dezelfde auteur, een bronzen sculptuur die "Pythagoras". Zijn werken zijn te vinden in alle delen van het kasteel. In de kleine zaal een antieke klok gemaakt door Sarton. Horlogemaker, Hubert Sarton (1748-1828) had zijn leertijd bij zijn oom Dieudonne Sarton, zelf een klokkenmaker. Na een opleiding in Parijs aan Julien Leroy (± 1686-1759), keerde hij terug naar Luik, vestigde zich er en werd ingenieur eerste horlogemaker aan het hof van prins-bisschop Charles Velbruck (1772-1784). Zijn roem heeft zich verspreid buiten de grenzen van het vorstendom

Informatie:
Château de Jehay
Rue du Parc 1 in 4540 Amay
Tel. +32(0)85 82 44 00 - Fax +32(0)85 82 44 39
info@chateaujehay.be

KASTEEL VAN MODAVE
Aan de oever van de Hoyoux, een zijriviertje van de Maas, verrijst het kasteel van Modave. Het is een van de zeldzame voorbeelden van 17e-eeuwse Franse architectuur in deze streek.
De familie de Modave was afkomstig uit deze streek en droeg ook haar naam. Ze was eigenaar van de gronden en de burcht, van de 13e tot het midden van de 16e eeuw. Via erfenis kwam de heerlijkheid in handen van de familie de Saint-Fontaine die ze op 20 januari 1642 verkocht aan graaf Jean de Marchin. Die schonk het domein aan zijn zoon Jean-Gaspard.
De burcht uit de 13e eeuw had een grote donjon, torens, omwallingen en een slotgracht, maar in de 17e eeuw had hij al een beetje van zijn feodale uiterlijk verloren. Vanaf 1655 liet Jean-Gaspard het kasteel restaureren en herbouwen. Hij liet zich daarbij inspireren door de ‘grandeur’ van de Franse architectuur, die opgang maakte in het begin van de regering van Lodewijk XIV.
Later werd het kasteel eigendom van prinsbisschop Maximilien- Henri de Bavière die het overdroeg aan kardinaal Guillaume- Egon van Fürstenberg. Vervolgens werd het bezit van de familie Montmorency-de Ville. Na ridders en geestelijken kwamen nu Luikse industriebazen (de families Lamarche, Braconier) Modave bezetten. Tegenwoordig is het kasteel eigendom van de Brusselse intercommunale watermaatschappij (C.I.B.E.). De onderneming wint er grondwater, maar zet zich ook actief in voor het behoud van het erfgoed en zorgt ervoor dat het kasteel toegankelijk blijft voor het publiek.
Wanneer men in Modave aankomt, staat men voor een grote muur die herinnert aan de omwallingen van vroeger. Nu zijn er ramen in gemaakt; de twee ophaalbruggen en de donjon zijn verdwenen. Op het wapenschild boven de poort ziet men de korenbloem en de lijfspreuk die op alle wapens van de familie Marchin prijkt: ‘Honni soit qui mal y pense’ (schande over hem die er kwaad van denkt). Het is de lijfspreuk van de Britse Orde van de Kousenband en Jean-Gaspard de Marchin was door koning Charles II tot ridder in de Orde benoemd. Vandaar…
Eenmaal door de poort, ontdekt men een prachtig 17e eeuws kasteel met op het voorplein een waterbekken met een fontein. Via het bruggetje over de slotgracht komt men in een prachtig ingerichte en gemeubileerde woning. De grote zaal van de wacht is verbluffend. Op het plafond is de hele stamboom van graaf Jean-Gaspard de Marchin in reliëf geschilderd. De graaf en drie andere ridders zitten te paard en dragen een harnas, schild, wapens, helm met pluimen. Het bezoek is uitermate boeiend. Men ontdekt sporen van de ‘grote eeuw’ van Jean-Gaspard de Marchin en sporen van industriële revolutie in de 18e en 19e eeuw. Van de salon van Hercules wandelt men naar de grote eetzaal met het porseleinen servies uit Gien dat meer dan 1130 delen telt. De ontdekkingstocht gaat verder langs de salon met de wandtapijten, de rooksalon die getuigt van de levenswijze van de Luikse bourgeoisie. De slaapkamer van de graaf van Montmorency toont aan dat hij geen last had van bescheidenheid. Ze heeft een koninklijke allure, met een bed dat in een alkoof op een verhoging staat en dat afgescheiden is van de rest van de kamer door een balustrade. En dan is er nog het kleine badkamertje waarvan de badkuip ‘le trou’ (het gat) werd gedoopt. Het is uitgehouwen in de rots waarop het kasteel zelf werd gebouwd. De kapel werd na de Franse Revolutie in ere hersteld. Vandaag de dag worden er regelmatig huwelijken voltrokken van Japanse paren die op westerse wijze willen huwen.
In een van de kelders van het kasteel staat een reproductie van het ophaalrad van Modave, dat model stond voor de machine van Marly. Om de fonteinen van Versailles te bevoorraden heeft men een speciaal mechanisme moeten bedenken om het water van de Seine van Marly naar Versailles te pompen. Daarvoor moest men een hoogteverschil van 162 m overbruggen. Via baron de Ville heeft men toen beroep gedaan op een Luikse timmerman die al ervaring had opgedaan met dergelijke problemen. Zoals het oppompen van het water van de Hoyoux naar het 50 m hoger gelegen kasteel van Modave. Aan de muur van een zaal in de kelder hangt een reproductie van een schilderij met Renkin Sualem in een peinzende houding. Het verwijst naar het beroemd geworden antwoord dat hij gaf, toen Lodewijk XIV hem vroeg hoe hij deze machine had kunnen maken: “To Suzant Sire (door na te denken, Sire)”

Château des Comtes de Marchin in 4577 Modave
Tel. +32(0)85 41 13 69 - Fax +32(0)85 41 26 76 Open: 1 april tot 15 november: dagelijks (niet op maandag)
info@modave-castle.be - www.modave-castle.be

COLOFON

Coördinatie excursie: Marianne van der Elsen, Ton Henrar, Rob Ubachs, Tuur Coppes, Cor Snoeijs

Teksten: Wim Hupperetz, Ben Olde Meierink, Ronald Rommes, ‘Kastelen in Limburg’, 2005
Ger Kockelkorn, voorwoord.
www.chateauxdelameuse.eu

Uitgave ter gelegenheid van de kastelenexcursie 19 september 2009