Limburgse Kastelen

Minister Plasterk past BRIM-regeling aan

15 april 2009

Woensdag 15 april 2009 is de evaluatie van de BRIM (Besluit Rijkssubsidiëring Rijksmonumenten) door de Tweede Kamer besproken. De bespreking stond sterk in het teken van een brief van minister Plasterk over de eerste drie jaren van de BRIM en de financiële uitwerking daarvan. Uit deze brief blijkt dat van de 120 miljoen euro die beschikbaar was voor de eerste drie jaren van de BRIM éénderde niet gebruikt is. 40 miljoen euro is overgebleven en Plasterk wil dit bedrag bestemmen voor het verhogen van de subsidieplafonds voor de kerken (met 21 miljoen euro) en een aantal nieuwe restauraties, te financieren samen met de provincies (rijksinbreng 19 miljoen euro).

Enkele monumentenorganisaties, waaronder Vereniging De Hollandsche Molen heeft de Tweede Kamer, de minister, het ministerie van OCenW en de RACM gereageerd. Kern van deze reactie is de opvatting dat de 19 miljoen euro voor nieuwe restauraties besteed moet worden aan monumenten die vanwege de omvang van de instandhoudingskosten tussen het subsidieplafond van de BRIM (50.000 euro) en de ondergrens van de regeling voor achterstandsrestauraties (Rrwr, 100.000 euro) zijn beland. Kortom, voor monumenten waarvoor het subsidieplafond van de BRIM feitelijk te laag uitvalt.

Voor de brief van de minister zie de volgende links:
http://www.racm.nl/content/xml_racm/nieuws_2009/n_brim_2009(2).xml.asp?toc=h1
http://www.racm.nl/content/documenten/brimbrief_plafondstk.doc


Zie verder onderstaande reactie van Vereniging De Hollandsche Molen aan de Kamercommissie voor Cultuur.

Geachte leden van de vaste Kamercommissie voor Cultuur,

Op 24 februari stuurde de Werkgroep Instandhouding Monumenten u een brief over de evaluatie van de Brim. Met enkele van u vonden hierover ook gesprekken plaats. Twee thema’s stonden daarbij centraal,

1. de door de minister voorgestelde maatregelen bieden geen soelaas voor monumenteneigenaren welke reeds een subsidie ontvangen hebben de afgelopen
drie jaar;
2. het register van beschermde monumenten geeft problemen bij de uitvoering van de Brim en zorgt voor een ongelijke behandeling van eigenaren.

Het Algemeen Overleg met de minister werd vervolgens uitgesteld van 19 maart naar 8 april a.s. Afgelopen vrijdag stuurde de minister alsnog een brief naar uw Kamer omtrent de meest recente ontwikkelingen rond de Brim.

In de brief van minister Plasterk valt te lezen dat de afgelopen drie jaar er veel minder gebruik gemaakt is van de regeling dan aanvankelijk gedacht en er een surplus aan subsidiegeld is van 40 miljoen euro. Dat is één-derde van het voor die jaren beschikbaar gestelde budget. Minister Plasterk is voornemens deze overgebleven middelen deels te bestemmen voor de kerken, welke van 2009 tot en met 2011 in de Brim instromen. Voor deze groep monumenten kan het plafond dan toenemen van € 100.000 naar € 1.000.000. Een maatregel die wij ondersteunen, gelet op de gebleken nadelige effecten van de regeling voor met name de middelgrote en grote kerken.

Het restant van de onderbesteding wil minister Plasterk besteden aan restauraties in de komende drie jaar, mogelijk gezamenlijk met de provincies, om startklare restauratieprojecten gesubsidieerd te krijgen. Bij dit voornemen plaatsen wij kanttekeningen. Uit de gebleken onderbesteding valt namelijk te concluderen dat de plafonds in de Brim voor de categorieën welke reeds ingestroomd zijn in feite (veel) te laag gesteld zijn. Was dit goed begroot dan hadden deze plafonds aanmerkelijk hoger gesteld kunnen worden en was er geen sprake van een substantieel te laag bedrag dat vanaf 2007 aan instandhouding bij deze monumenten besteed kon worden. Om een voorbeeld te noemen: voor molens lag en ligt het plafond op € 50.000, terwijl de ingediende plannen gemiddeld rond de € 80.000 uitkwamen. Een plafond van € 75.000 was achteraf mogelijk geweest en had niet de problemen veroorzaakt waar de moleneigenaren nu mee kampen.

Het ligt dan ook voor de hand de overige 19 miljoen euro juist voor de reeds ingestroomde monumenten te besteden. In principe zou dat moeten door met terugwerkende kracht de plafonds alsnog te verhogen. Mocht dat om juridische of subsidietechnische redenen niet kunnen, dan moet dit bedrag o.i. juist besteed worden aan die monumenten waar de instandhoudingskosten het plafond van de Brim te boven gaan. Hierdoor kan het gat met de restauratieachterstandsregeling Rrwr tevens voor een belangrijk deel overbrugd worden. In onze brief van 24 februari schreven wij reeds hierover:

De Rrwr’s vormen echter geen structurele oplossing voor het instandhouden van monumenten. Niet alleen vanwege het feit dat de regeling beperkt is tot genoemde jaren, de samenhang met de Brim ontbreekt. De grenzen van beide regelingen liggen ver uit elkaar; de Brim kent maximale plafonds die ver liggen onder de ondergrens van een mogelijke restauratiesubsidie. Hierdoor valt groot onderhoud tussen het wal en het schip.

Wij verzoeken u dan ook er bij de Minister op aan te dringen genoemd bedrag van 19 miljoen euro juist in deze richting te besteden.