Maatregelen inzake vereenvoudiging van de BRIM
3 juni 2009
Bij brief van 3 juni 2009 heeft Minister Plasterk zijn maatregelen ter vereenvouding van de BRIM naar de Tweede Kamer gestuurd.
Hierbij springen de volgende zaken in het oog:
a
tot heden kwamen monumentale woonhuizen en boerderijen zonder agrarische functie in aanmerking voor een laagrentende lening. Met ingang van 2010 zullen alle monumentale boerderijen, ongeacht hun functie, in aanmerking komen voor subsidie. Daardoor zal het financieringsstelsel van het NRF alleen nog maar van toepassing zijn op monumentale woonhuizen;
b
eigenaren die tot heden alleen in aanmerking kwamen voor subsidie, kunnen ook voor een laagrentende lening kiezen;
c
eigenaren van beschermde historische buitenplaatsen kunnen kiezen of zij een beroep doen op het BRIM of het Besluit rijkssubsidiëring historische buitenplaatsen (Brhb). Met ingang van 2011 zal het Brhb worden ingetrokken, zodat alleen de BRIM-overblijft;
d
het (aantal) rijkmonumentennummers is niet meer bepalend bij het indienen van een aanvraag om BRIM-subsidie. De aanvrager kan zelf bepalen voor welke bouwkundige eenheid of eenheden binnen het monumentale complex subsidie wordt aangevraagd. Dit gaat niet gepaard met een ophoging van de beschikbare subsidiemiddelen (maximaal € 47 miljoen per jaar)
e
organisaties voor monumentenbehoud die tenminste 20 rijksmonumenten in eigendom hebben en voldoende professionele deskundigheid aanwendt kunnen desgevraagd worden aangewezen als organisatie voor monumentenbehoud. Voor deze organisaties geldt een specifiek subsidieregime. Voor alle monumenten in hun bezit kan in één keer subsidie worden aangevraagd via een gecombineerd instandhoudingsplan. Daarbij komt ook de verplichting te vervallen dat tenminste 50% van het maximumbedrag aan subsidiabele kosten per rijksmonument moet worden besteed. Daardoor krijgen de professionele organisaties meer vrijheid van handelen.
f
bij de nieuwe planperiode 2013-2018 wordt gedacht aanpassing van de subsidiepercentages ter vergroting van de transparantie van de regeling (met als resultaat één algemeen geldend subsidiepercentage).
g
Om een beter beeld te krijgen van de staat van onderhoud van de rijksmonumenten dan op dit moment, wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gewerkt aan een Monitor Gebouwd Erfgoed. Met behulp hiervan moet eind 2009 een eerste overzicht van de staat van onderhoud van de rijksmonumenten gegeven worden. In deze eerste overzichten gaat het om rijksmonumenten die geïnspecteerd zijn door de provinciale monumentenwachten (die niet alle eigenaren van rijksmonumenten in hun abonneebestand hebben). Op langere termijn moet deze nationale kennislacune volledig worden ingevuld, zodat er een representatief beeld van het hele rijksmonumentenbestand wordt gerealiseerd. Dit onderwerp is - op provinciaal schaalniveau - eveneens een centraal onderwerp tijdens het zgn. Buggenum-overleg van de provinciale erfgoedorganisaties met de provincie Limburg geweest.